Online oefenen.

          

 

Een computer is een leuk ding, maar zonder software ben je er eigenlijk niets mee.  Software is een programma dat ervoor zorgen dat je met een computer ook iets kan doen.  Zo heb je bijvoorbeeld een tekstverwerker die jou op een vlotte manier toelaat om teksten te tikken en ze er mooi te laten uitzien.  Software wordt geschreven door programmeurs.  Ze gebruiken hiervoor een taal die de computer begrijpt.  Het leuke aan programmaís schrijven is dat je jouw eigen wil kan opdringen aan de computer, je laat de computer die dingen doen die jij zelf bepaalt. 

Programmeren is niet gemakkelijk, maar je kan het wel leren.  Zoals met alles, begin je best eenvoudig.  Er bestaan verschillende soorten computertalen, maar LOGO is er eentje die je de eerste knepen van het vak leert en al bij al, niet zo moeilijk is. 

In de volgende lessen leren we jou hoe je een LOGOschildpad moet besturen.  Een logoschildpad kan je best voorstellen als een schildpad met een potlood door zijn rug. Terwijl de schildpad vooruit stapt, tekent ze een lijn.  Ze kan het potlood ook omhoog heffen, zodat er niets wordt getekend. 

Je kan de schildpad allerlei bewegingen laten uitvoeren.  Alleen begrijpt de schildpad geen gewoon Nederlands, ze kan enkel met de taal LOGO overweg.  Maar je zal merken dat dit niet zo moeilijk is.

LOGO bestaat uit woorden, zinnen en teksten, net zoals dat het geval is met een andere taal.  Ze zien er alleen een beetje anders uit.  De meeste woorden in LOGO zijn opdrachten of commando's.  De opdracht loop bijvoorbeeld vertelt de schildpad om voorwaarts te stappen. 

Opdrachten

Opdracht 001 Opdracht 002 Opdracht 003 Opdracht 004
Opdracht 005 Opdracht 006 Opdracht 007 Opdracht 008
Opdracht 009 Opdracht 010 Opdracht 011 Opdracht 012
Opdracht 013      

vijfde leerjaar   zesde leerjaar

 LOGO is een programmeertaal, waarmee kinderen kennis maken met de wereld van het programmeren.

LOGO is ook uitstekend geschikt om experimenteel aan meetkunde te doen.

Met LOGO  leert men probleemoplossend te denken, volharden, overleggen

Eindtermen ICT:

Eindterm 1: hebben een positieve houding tegenover ICT en zijn bereid ICT te gebruiken om hen te ondersteunen bij het leren.

Eindterm 4: kunnen zelfstandig leren in een door ICT ondersteunde leeromgeving.

Eindterm 5: kunnen ICT gebruiken om eigen ideeŽn creatief vorm te geven.

 


Oplossingen.

De oplossingen zijn tijdelijk verwijderd .

Neem contact op met de webmeester